INspiratie

Tips & Trucs

Mockup

Industriële stijl

Een industriële sfeer neerzetten is een beetje doen alsof je woont in een voormalig fabriekspand dat je zelfstandig en met wat je ’toevallig tegenkwam’ omgetoverd hebt tot jouw unieke plek. Woon je níet in zo’n oude fabriek dan heb je wat aan deze tips. Oude fabriekslampen zijn op het moment niet aan te slepen en een eenvoudige sfeermaker. Verder is het zoeken naar stoere meubels en natuurlijke materialen zoals donker leer. Hou je ogen vooral open voor spulletjes die oud of zijn én naar de natuur verwijzen zoals geweien en oude schoolplaten met natuur als onderwerp. Tot zover de details. 
De eclectische sobere sfeer in een industriële ruimte wordt neergezet door 3 elementen: hout, beton en staal.   

 Je hebt dus echt iets van hout nodig. Ruig vintage hout, met lekkere kwasten en noesten óf juist onbehandeld (of onzichtbaar/wit behandeld, bv met wax of ingezeept) zoals hiernaast voor een een rustiger variant. Hout is ‘hot’ en dat blijft het. Eerst zagen we veel vintage hout, en nu komen er steeds meer nieuwe houten producten waar de nadruk ligt op vakmanschap en op de schoonheid van het hout op zichzelf. Zo willen we zien dat een meubel ambachtelijk gemaakt is doordat de houtverbindingen in het zicht blijven. 

Er zijn lampen die hout of staal met beton combineren.  Is beton-look-behang niet echt een optie, en zijn ook betontegels op de vloer wat te ingrijpend voor je dan is het relatief simpel om je wanden in sfeervolle grijstinten te schilderen. Neem extra matte verf en besteed veel aandacht aan de keuze van de exacte tint want deze luistert bij grijs heel nauw! Grijs is een prachtige tint in je huis om dat hij meer dan welke kleur dan ook meekleurt met het licht in de kamer. Dus ’s ochtends kun je echt een andere kleur ervaren dan ’s avonds! Apps waarmee je kleuren kunt kiezen en simuleren zijn heel leuk ter inspiratie, maar de enige betrouwbare manier om een keuze te maken, zeker bij grijs, is om stalen tegen de wand die je wilt schilderen aan te houden. 

Donker (of in de zomer juist wit) geverfd staal is wat het beste past bij een industriele sfeer zoals bij de kast hieronder. Ook dat heeft niet iedereen bij de hand. Voor het effect is iets donkers belangrijker dan dat iets echt van metaal is. Kies niet voor een zwarte muur, hou het subtiel. Zoek vooral naar lijnen in de ruimte en maak die zo mogelijk donker. Vervang bv de zichtbare bedrading van je lampen door dik, donker, retro-snoer. Een donkere vensterbank of stoelen met donkere poten kunnen ook prima werken. Lastig? Zet donkere draadmanden neer en je bent er ook.

Mockup

(Ver)bouwen

De standaard vergunningsvrije uitbouw (max 4m) kan je meer ruimte geven maar is niet altijd de oplossing.
Zo is het niet per definitie zo dat een aanbouw zorgt voor meer licht! Sterker nog: eigenlijk maakt een aanbouw het bestaande huis meestal donkerder! Dit geldt in ieder geval voor de meest voorkomende aanbouw in ons land: bestaande openslaande achterdeuren die een paar meter ‘naar achteren’ worden geplaatsd. De afstand die het licht af moet leggen van ramen naar het midden van de huiskamer wordt hiermee namelijk groter waardoor de ruimte donkerder zal zijn. 

Dit effect kun je verminderen door de aanbouw te voorzien van een glazen dak of een lichtstraat, maar zelfs al maak je een geheel glazen constructie, dan nog zal de aanbouw zelf weliswaar heerlijk licht zijn, maar het ‘oude huis’ toch iets donkerder.
Onderschat ook niet dat met zo’n nieuwe lichte ruimte de tegenstelling met het donkerdere deel opeens groot kan zijn waardoor dit effect versterkt wordt.
Plan je een aanbouw met veel glas op een plek van een massieve muur of een klein raampje, dán krijg je natuurlijk wel veel meer licht. Maar misschien is een serre eigenlijk een betere keuze? 

De wens voor een aanbouw komt meestal voort uit ruimtegebrek. Heerlijk, een ruim huis. Maar heb je al nagedacht wat je precies met die nieuwe ruimte wil en kan gaan doen? Het is soms lastig om je voor te stellen wat het eindresultaat zal zijn, maar het is slim hier over na te denken vóór je de bouw laat beginnen. Het gebeurt dat ik bij mensen over de vloer kom die na een aanbouw eigenlijk hun zithoek een paar meter op hebben geschoven en vervolgens in de kamer een donker en leeg middenstuk overhouden. Je kunt je afvragen of dat de investering waard is.
Wil je in de aanbouw een andere vloer of laat je de huidige doortrekken? Wat voor verwarming kies je? Wat is een handige plek voor een deur naar buiten? Denk er vooráf over na!

Electra

Lichtplan

Bouwvergunning


30's stijl

Kleur

Mockup

Slimme trucs

Met kleur kun je de vorm van een ruimte benadrukken of juist heel anders laten lijken. Het effect hangt af van de ruimte, van wáár de kleur gebruikt wordt, maar ook van de kleur zelf.
Zo zal een zwart plafond lager lijken dan wanneer dat wit is. Maar wist je bijvoorbeeld ook dat een plafond hoger zal lijken in lichtblauw dan in lichtroze? Je kunt hierin een globaal onderscheid maken tussen afstand scheppende kleuren (soorten blauw, violet en grijs) en naar je toe komende kleuren (veel tinten geel en rood).

Wanneer je een smalle ruimte (als een gang) BREDER wilt laten lijken hou je de muren licht. Richt verlichting op de lange zijwanden. Bijvoorbeeld wandlampen (iets boven ooghoogte) of gerichte spotjes. Laat strepen zoals planken op de korte wanden de breedterichting benadrukken. Kies – om het vloeropppervlak royaler te laten lijken- voor opstaande plinten in dezelfde kleur als de vloer. En vermijd grafische contrasten, zoals een lichte vloer, een lichte wand en een donkere plint.

Of je wilt een ruimte HOGER laten lijken. Hou dan het plafond wit. Kies een zogenaamde uplighter als verlichting. Doordat deze het plafond verlicht laat hij de ruimte hoger lijken. Maak gebruik van de hoogte door verticale elementen zoals hoge smalle kasten of strepen de op muur. Denk vooral ook aan gordijnen. Voer wandbekleding tot helemaal boven door en vermijd horizontale lijnen zoals lambrisering.

LICHT: Zorg voor zoveel mogelijk licht, vooral in het middendeel van de ruimte. Een extra raam of een deur met glas erin kan al schelen. Kunnen de gordijnen misschien wat verder open dan je gewend bent? Ook strategisch geplaatste spiegels kunnen zorgen voor meer licht. Wellicht een extra lamp? Richt de verlichting vooral op de lange zijwanden. Denk bijvoorbeeld aan wandlampen (iets boven ooghoogte) of gerichte spotjes vanaf het plafond.
KLEUR: In principe hou je alle muren licht. De vloer mag donkerder zijn maar hoeft niet. Ook kozijnen en vensterbanken maak je licht. In een langwerpige woonkamer zou je één lange wand een rustige, koele, bij voorkeur grijzige kleur kunnen geven. Kies hiervoor zo mogelijk de wand waar het meeste daglicht op valt. Denk aan iets grijzigs, of een rustige tint blauw of groen. Maak dan in ieder geval NIET één van de korte wandjes donker (dan nog liever rood)!

AFLEIDING: Laat lijnen, zoals planken op de korte wanden of dwars geplaatsde meubels, de breedterichting benadrukken. Ook een vouwgordijn of contrasterende vensterbank kun je (overdag) als horizontale lijn zien. Een vloerkleed kun je soms ook dwars leggen. In een gang kan een schilderij of meubel (liever geen spiegel) aan het einde goed werken. Kies – om het vloeroppervlak royaler te laten lijken- voor opstaande plinten in dezelfde kleur als de vloer. Vermijd in een gang grafische contrasten, zoals een lichte vloer, een lichte wand en een donkere plint. Alleen in een echte kleine ruimte (zoals een toilet) zou ik een beetje voorzichtig zijn met hele heldere kleuren. Door de helderheid kunnen de kleuren dan namelijk erg op je af komen wat kan leiden tot onrust of een zelfs bijna claustrofobisch effekt.

Mockup

Meer daglicht

Natuurlijk, de eenvoudigste manier om meer licht in huis te krijgen is om te kiezen voor veel grote ramen en lichtere kleuren. En om waar mogelijk gebruik te maken van een daklicht, lichtstraat of daglichtsystemen als solartubes.

Maar wat als dat allemaal geen optie is. De ramen gaan ook niet veranderd worden, en je hebt alles al wit geschilderd? Dan kan er nog steeds meer!

Eerst kijk je naar de plek waar het licht de kamer binnenkomt: het raamkozijn. De kleur van het kozijn bepaalt of er veel of weinig buitenlicht de kamer in gereflecteerd wordt, maar ook welke kleur dat licht is!! 

Ditzelfde geldt misschien nog wel meer voor de raambekleding! Ook een (gedeeltelijk) dicht gordijn zal de kleur van het licht in de kamer bepalen! 

Wat ik ook vaak zie zijn gordijnen die opengeschoven toch nog een deel van het raam bedekken. Dat helpt natuurlijk niet voor de hoeveelheid licht die binnen kan komen!

Met een wat donkerdere vloer kan de aanschaf van een licht vloerkleed nog wel eens meer schelen dan je denkt. Met name in een zithoek geeft dat een fijn licht detail. 

Een hele subtiele manier om de hoeveelheid licht te vergroten zonder dat je gebruik hoeft te maken van kunstlicht is het plaatsen van spiegels. De kunst is om een plek te kiezen om de spiegel zó te bevestigen dat je er zelf zelden recht in kijkt en dat je toch optimaal profiteert van de lichtopbrengst. 

Als laatste kunnen harde licht-contrasten een donkere plek donkerder laten lijken dan hij is en andersom. Dit kun je oplossen door op de lichte plek (bij het raam) bewust donkere tinten te gebruiken en op de donkere plek juist je lichte meubels neer te zetten. Het is een optisch trucje dat ook zal zorgen voor meer rust.

Mockup

Kleurtje op de muur

Muurtje schilderen? Kleine moeite, groot plezier. Alleen: welke muur en welke kleur? Het is maar net wat je doel is.

Zin in een oppepper? Kies dan een wand die minder daglicht krijgt. Als kleur neem je dan een lichte en wat warmere tint, denk aan mosterd-geel tot beige, roze, lila en oranje. Een stevige kleur mag best, mits licht genoeg. Echt pit bereik je met contrast. Dus bijvoorbeeld bij veel hout kies je dan voor een blauwe of groene tint. Misschien wel metallic? Kies geen grijs.

Behoefte aan meer rust en warmte? Neem dan een opvallende muur, die liefst ook nog veel daglicht krijgt, zoals een schouw of de muur achter de bank. Zoek naar varianten van een kleur die al in de kamer is. Op een zonnige muur kan een stevige of donkergrijze kleur heel sfeervol zijn. Neem –zo mogelijk- een matte of poederachtige verf. Zorg dan wel dat elders in de kamer spulletjes in niet-grijze varianten van die kleur zijn! Kies geen te lichte of te felle kleur.

Gewoon opfrissen? Dan wordt het fris wit! Echt wit dus, geen RAL 9001 (crèmewit). RAL 9010 (zuiver wit) is al witter maar het witste wit bereik je met RAL 9016 (verkeerswit) of het allerwitste RAL 9003 (signaalwit). Zorg wel voor gezelligheid door natuurlijke materialen als hout toe te passen veel te variëren met structuur. Dus door zowel hoogglans lak als een grof wit kleed te gebruiken passen. En alles tussen die uitersten in.

Bepaal, om missers te voorkomen, echt nóóit de keuze voor een kleur in de winkel. Neem in plaats hiervan altijd proefstroken mee naar huis. Of bestel ze on-line. Hoe groter hoe beter. Je houdt ze thuis echt letterlijk tegen de betreffende wand aan. Dat is de enige manier om in te kunnen schatten wat er over zal blijven van deze kleur onder invloed van de lichtval in deze kamer. En bekijk datzelfde strookje vooral ’s avonds nog eens. Sommige kleuren ondergaan een ware gedaanteverwisseling onder invloed van kunstlicht. Dit gebeurt het sterkst bij grijzige tinten.

Mockup

Bouwvergunning

Natuurlijk is elke verbouwing anders. Daarnaast zijn er niet alleen landelijke regels maar ook eisen van de gemeente die ook weer af kunnen hangen van waar en hoe je precies woont. Het blijft dus nog wel een uitzoekerij om erachter te komen welke regels voor jouw verbouwing relevant zijn. Er is echter veel veranderd in 2014 en er kan meer dan veel zonder bouwvergunning (die nu officieel omgevingsvergunning heet) dan mensen denken.

Ga je er serieus werk van maken, doe dan eerst hier vrijblijvend de landelijke check. Zoek daarna de eisen van je eigen gemeente op op hun site. 

Situaties die vaak vergunningsvrij zijn: uitbouw op begane grond van max 4meter ver mits niet aan de wegkant, een dakkapel aan de achterkant, een lichtstraat, ramen in een aanbouw, inpandige (binnendoor bereikbare) bergruimte ombouwen tot woonruimte.

Hiervoor is meestal wel een vergunning nodig: uitbouwen hoger dan 5 meter of op de 1e verdieping, dakkapel aan de voorkant, nokverhoging, ramen veranderen in het hoofdgebouw (zie onder). 

Lastige situaties: iets aan de voorkant bij een monument of beschermd dorpsgezicht, en wanneer al 50% of meer van het kavel bebouwd is.

Een paar termen die je nodig zult hebben: 

- Er wordt onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouw (het oorspronkelijke woonhuis) en bijgebouwen (oorspronkelijke niet-woonruimtes zoals een garage én alles dat later aan- of bijgebouwd is, ook afdaken tellen mee).
- Je zult het aantal m2 van je kavel en de bebouwing moeten uitrekenen. Bereken ook gelijk het aantal m3 want sommige gemeentes vinden dat belangrijk.
- Bepaal waar je achtererfgebied ligt (bij een tussenwoning is dat de achtertuin, bij een hoek- of vrijstaande woning kan dat lastiger zijn). Samen met de grond onder alle reeds bestaande aan- of uitbouwen heet dit officieel het bebouwingsgebied. Kom je op 100m2 of minder uit dan mag (totaal) 50% hiervan bebouwd worden zonder vergunning. Is het groter dan wordt dit percentage snel lager.

Kom je tot de conclusie dat jouw geplande verbouwing vergunningsvrij is dan kun je -op eigen verantwoordelijkheid- je gang gaan zonder dit ergens te melden. De oude meldingsplicht bij de gemeente is namelijk al in 2003 afgeschaft. Laat het duidelijk zijn: aan mijn uitspraken kun je geen rechten ontlenen maar dat kun je wél aan deze brochures. Wil je zeker weten of je goed geïnformeerd bent? Ga even langs bij de gemeente, daar helpen ze je graag. Oh ja, en wees er op voorbereid dat je voor een vergunning handtekeningen van je buren nodig zult hebben dus hou ze voor de zekerheid te vriend.

Mockup

Stopcontacten en electra

Iedereen die met nieuwbouw te maken heeft gehad heeft weet: al (veel te) vroeg in het bouwproces zal je gevraagd worden om de exacte plek van alle aansluitingen te bepalen. Hier de praktische tips:

- Algemeen: beter teveel dan te weinig contactdozen (in vaktermen: wcd).
- Afwijkende hoogte: zeg je niks dan komen je stopcontacten op 30 cm boven de vloer. In een keuken boven het aanrecht is dat standaard 110cm. Soms is een afwijkende hoogte handig: denk aan een hangende tv, kastverlichting of audioboxen die je hoog wilt plaatsen. 
- Denk ruim in de buurt van de tv: elk randapparatuur-kastje heeft apart stroom nodig. Dit is het moment om een brij aan draden te voorkomen. 

(meer onder volgende tab)

(vervolg)

- Geef bij grote apparaten aan waar een stroompunt voor is, dan kunnen ze deze op aparte groepen zetten.
- Denk ook aan de plekken waar een vaste tv-, internetaansluiting of eventuele versterkerkastjes gewenst zijn. Geef dit aan op de plattegrond. 
- Waar ga je je telefoon straks opladen? Of je laptop gebruiken? Wil je een haard? Ook een gashaard heeft electra nodig voor de ontsteking. 
- De stofzuiger-check: reken 7-8m voor de reikwijdte van je stofzuiger. Heb je overlappende aansluitpunten en kun je overal bij? 
- Plaats de contactdozen zo mogelijk uit het zicht. 

Om lichtpunten het beste te bepalen heb je een lichtplan nodig. Voor mensen die zonder moeten of denken te kunnen een paar aandachtspunten:
 
- Ook hier geldt: beter teveel dan te weinig. Het niet gebruiken van een aansluitpunt is zoveel makkelijker dan er later een lichtpunt bij maken. Bedenk hoe je de ruimte zou gaan gebruiken en probeer met meerdere scenario’s rekening te houden. Vermijd het ontstaan van donkere hoeken. 
- Indirect licht is net zo functioneel als direct licht maar veel sfeervoller. Ideaal voor een zithoek. Bedenk dat licht niet alleen omlaag maar ook op een wand of gordijnen gericht kan worden. Dat heeft gevolgen voor de plek. 
- Het ‘peertje aan het plafond’ kan handig zijn als basis, maar bedenk wat voor aanvullende verlichting je zult willen. Denk aan wandlampen (zoals schilderijverlichting), tafellampen (die dus op een meubel/plank staan), of aan vloerlampen (alleen handig als je geen kleine kinderen hebt). Een open of vitrinekast met verlichting erin moet je ook zien als een lichtpunt.
- Heb je ook gedacht aan buitenlampen en electra? 

Met alle lichtpunten op hun plek is het nog niet klaar: de bediening moet nog bepaald worden.

- Het principe is hier juist andersom! Liever weinig dan veel schakelaars. 
- Zorg dat er bij binnenkomst altijd een schakelaar bij de hand is die voor voldoende (basis-)licht kan zorgen 
- Sluit lampen die je tegelijk zult gebruiken op één schakelaar of dimmer(!) aan. 
- Denk ook aan alternatieven: bewegingsmelders in kleine ruimtes (toilet of kast) kunnen heel praktisch zijn.

30's stijl

Over inbouwkasten en granito: 9 tips om in een 30er jaren huis de oorspronkelijke sfeer te herstellen.

iPhone

1) Typische vloerkeuze voor hal, gang en natte ruimtes zou granito zijn. Dat is hetzelfde als terrazzo (gegoten korrels). Je kunt dit effect ook met tegels nabootsen. Een zwart/wit-geblokte tegelvloer is een prima alternatief.

phone

2) Denk voor een 30’s woonkamer aan hoge plafonds, erker, glas-in-lood, (visgraat) parketvloer, flink hoge plinten, inbouwkasten, paneeldeuren en een voor-en achterkamer met dubbele (schuivende) suitedeuren.

iPhone

3) Hout, maar vooral gelakt eikenhout is een belangrijke sfeermaker, net als kokostapijt of klassieke traplopers.

phone

4) Er is een hele specifieke kleur geel die deze klassieke sfeer oproept, juist in combinatie met het zwart. Noem het ‘licht okergeel’.

iPhone

5) Zwart speelt een hele belangrijke decoratieve rol bij deze stijl. Denk aan zwarte tegelranden onder én boven een lambrisering. Denk ook aan zwart hang-en sluitwerk, greepjes van kasten en zwart bakelieten (nieuw uiteraard, dus veilig) stopcontacten en lichtknopjes.

phone

6) Een 30’s stijl toilet heeft vierkante tegels met een zwarte plint en een zwarte wcbril.

iPhone

7) Probeer te voorkomen dat je suitedeuren moet weghalen. Renoveren of gewoon los op zolder leggen heeft de voorkeur.

phone

8) Bedenk je dat dit een sobere stijl is. Uitdrukkelijke krullen of bloemmotieven dragen dus niet bij. Een reliëf met rechte lijnen zoals je bij een paneeldeur ziet is wel geschikt. Of deze retro-tegels.

iPhone

Ontspan. Niet alles hoeft perfect en het hoeft echt niet exact zoals vroeger te zijn: een huis is geen museum. Wees vooral slim in keuze van materialen, kleuren en details. Kijk naar je situatie en wensen van nu en combineer ze op je eigen manier met oorspronkelijke elementen.

phone

= meer beeld van de oorspronkelijke én gerenoveerde 30’s huizen

Mockup

Lichtplan. Stap voor stap.

Een lichtplan is een plattegrond waar de verlichting op ingetekend staat. Zoek of maak dus een plattegrond en teken eerst de grote meubels erin zodat je ziet hoe de ruimte gebruikt wordt.
Dan maak je onderscheid tussen de zogenaamde basisverlichting en de accentverlichting. Basisverlichting zorgt dat je iets kunt zien als het donker is en is vaak te bedienen met het knopje naast de deur. Accentverlichting is óf feller en bedoeld voor specifieke bezigheden zoals lezen/koken e.d. óf heeft een decoratieve/sfeer-functie. 

Op de plattegrond arceer je met geel de gebieden waar basislicht nodig is. Grotere lichtvlekken -want zo heten ze- waar je de ruimte het meest intensief gebruikt. Kleinere vlekken op plekken waar ‘donkere hoekjes’ dreigen te ontstaan. Maak de gele gebieden zo dat ze een beetje met elkaar overlappen zodat er op de belangrijkste plekken altijd genoeg licht is. Denk niet in lampen maar in licht, dat maakt het makkelijker.

Bepaal dan de plaatsen van de accentverlichting. Het leeslicht, de lamp boven de eettafel, de verlichting van de mooie servies- of boekenkast, etc.etc. Ook weer in gele vlekken maar dan wat feller gekleurd.  Omdat accentverlichting vaak feller is is het nu nog belangrijker dat dit licht overlapt met de basisverlichting!

Zet dan kruisjes op de plekken waar je een lamp nodig hebt om deze lichtvlekken -want zo heten ze- te vullen. Als het goed is wordt een huiskamer ongeveer voor 60% verlicht door de (vaak onopvallende) basisverlichting. Ga voor een gemiddelde woonkamer uit van totaal 5 tot 10 lichtbronnen. Meer is vaak beter. 

Nu mag je aan lampen gaan denken. Bedenk per lichtpunt wat de ideale hoogte zou zijn. Laag is intiemer. Een lamp die het plafond verlicht laat een ruimte hoger lijken maar draagt niets bij aan sfeer. Gebruik lage lichtpunten waar je zit en hogere waar je staat. Denk bij laag niet alleen aan tafellampjes maar net zo goed aan een plafondspot die op een laag punt gericht wordt. Denk ook out-of-the-box: Een hanglamp in een hoek kan een ruimte hetzelfde verlichten als een staande lamp op die plek.
Bedenk vooral bij het basislicht of het armatuur op deze plek opvallend zou moeten zijn. Je kunt de ruimte opfleuren met een bijzondere lamp, of juist de ruimte zelf mooi uit laten komen door voor indirecte verlichting te kiezen. Zijn beiden niet geschikt denk dan aan diffuus licht: een eenvoudige lamp met functionele licht doorlatende kap. Het is uiteindelijk de kunst om een mooie combinatie te maken tussen direct, diffuus en indirect licht, en daarnaast van lampen op verschillende hoogtes.

Zorg dat de basisverlichting op een dimmer (naast de deur) komt. Kijk of de verlichting nu zo is dat de hele kamer prettig en gelijkmatig verlicht is. De basisverlichting moet er vooral voor zorgen dat er in de kamer geen grote tegenstellingen zijn; er mogen geen hele lichte of hele donkere plekken zijn. Grote tegenstellingen zijn namelijk vermoeiend voor je ogen, overigens net zoals te weinig verlichting. Denk eraan dat een televisie of een computerscherm ook een lichtbron is!

Is de sfeer toch nog niet helemaal zoals jij wilt? Dan kan het tijd zijn om de ‘kleur' en ‘intensiteit' van je lampen te bestuderen. De vermelding ‘warm wit’ op het doosje lijkt geruststellend maar zegt helaas vaak niet genoeg. Geen zin in? Koop led-filament-peertjes, vintage-vorm en met gekleurd glas. Overal te krijgen en warmer dan dat wordt het niet. 

Klik hier voor meer over led-lampen.

Mockup

Lelijke schouw

Een haard, hout, gas of electrisch kan supergezellig zijn. Oudere schouwen zijn alleen vaak best opvallend, en soms ronduit lelijk. Dan is er de vraag of je investeert in een flinke verbouwing of dat er nog iets van te maken valt.
Een schouw die je niet gebruikt is vaak makkelijker te vermommen dan een functionele haard.

Je staat er soms van te kijken op welke vreemde plek een haard zit. Een centrale schouw in een oud huis is vaak nog wel uit te leggen: haarden hadden vroeger natuurlijk ook een verwarmende functie. Maar ook in nieuwe huizen sta je toch ook soms te kijken wat hoe dom een haard geplaatst is. Je hebt mij er natuurlijk niet voor nodig om te weten dat hakken en breken voor de plék van een schouw de enige oplossing zal zijn. 
Wat is wel logisch? 
- Op een plek waar genoeg zitruimte er omheen is. Bedenk dat de meeste haarden flink heet kunnen worden, dus je moet afstand kunnen houden.
- Het gaat niet alleen om de warmte maar ook de gezelligheid van het zichtbare vuur. Het is dus slim als je dat kunt zien vanaf meerdere plekken.   
- Je wilt de haard zo hoog als de tafel in dit vertrek zou zijn: in een zithoek op salon-tafel-hoogte, in bv een keuken liever hoger. 

Als de haard te dominant is en je wilt een poging doen er nog wat van te maken: schilder de schouw in dezelfde kleur als de omliggende wanden, zéker als het gaat om opvallende tegels of ornamenten. Kun je de schouw met bijbehorende wanden wat donkerder dan de rest van de kamer maken, dan is dat vaak nog beter. Over lelijke tegeltjes kun je soms vrij gemakkelijk andere tegels aanbrengen. Een andere strategie is om iets opvallends boven of naast de haard te maken. Bijvoorbeeld een enorme opvallende print. Dat leidt de aandacht af. 

Klik vooral hier (en daarna op Pinterest) voor meer haard-inspiratie en plaatjes van hoe het ook kan.